Slim en duurzaam groeien in de boomkwekerij
Praktijkverhalen
Kleine stappen of grote sprongen – elke bijdrage aan een duurzamere wereld telt. Marcel de...
Sinds 1 januari 2026 kunnen ondernemers met laadinfrastructuur geld verdienen aan elke kilowattuur die zij laden. Het nieuwe systeem van emissiereductie-eenheden (ERE’s) maakt het voor MKB-bedrijven mogelijk om CO₂-besparing om te zetten in verhandelbare certificaten. In dit artikel lees je wat ERE-certificaten zijn, hoe het systeem werkt, wat het oplevert en hoe je als ondernemer kunt meedoen.
Stel: je hebt als transportbedrijf acht laadpalen op je terrein staan. Elke dag laden je elektrische busjes daar hun accu’s op. Tot voor kort was dat simpelweg een energiekost. Maar sinds dit jaar tellen die laadsessies mee als aantoonbare CO₂-besparing, en die besparing heeft een marktwaarde.
Welkom in de wereld van de ERE.
Een emissiereductie-eenheid, afgekort ERE, is een certificaat dat staat voor één kilogram vermeden CO₂-uitstoot. De uitstoot wordt berekend over de hele keten, van productie tot gebruik, en afgezet tegen een fossiele referentiewaarde. Het systeem wordt beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en is vastgelegd in het Register Energie voor Vervoer (REV).
ERE’s zijn de opvolger van de Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s), die tot en met 2025 werden gebruikt. Het verschil zit in de focus: waar HBE’s de hoeveelheid hernieuwbare energie beloonden, meten ERE’s het daadwerkelijke klimaateffect. Die verschuiving komt voort uit de herziene Europese richtlijn hernieuwbare energie, beter bekend als RED III.
Het principe is helder. Brandstofleveranciers in Nederland, denk aan de grote olie- en gasbedrijven, hebben een wettelijke verplichting om de CO₂-uitstoot van hun brandstofleveringen jaarlijks te verminderen. Dit heet de brandstoftransitieverplichting. Om daaraan te voldoen, hebben ze ERE-certificaten nodig. Die kunnen ze zelf genereren door hernieuwbare brandstoffen te leveren, of ze kopen ze in bij andere partijen.
En daar wordt het interessant voor jou als MKB-ondernemer. Iedereen die elektriciteit levert aan elektrische voertuigen, via een laadpaal op het bedrijfsterrein, een publiek laadpunt, of zelfs via laadinfrastructuur bij een magazijn, kan ERE’s laten genereren. Die ERE’s worden geregistreerd in het REV en zijn vervolgens verhandelbaar.
De formule waarmee ERE’s uit elektrisch laden worden berekend:
Aantal ERE’s = geleverde kWh × aandeel hernieuwbaar × 183 (g CO₂/MJ) × 3,6 (MJ/kWh) ÷ 1000
Voor netstroom geldt in 2026 een vastgesteld hernieuwbaar aandeel van 50,5%. Kun je aantonen dat je laadt met 100% hernieuwbare energie, bijvoorbeeld van eigen zonnepanelen, dan vervalt dat percentage en verdubbelt in feite je ERE-opbrengst.
Laten we het concreet maken met een rekenvoorbeeld. Een bedrijf met acht laadpalen dat jaarlijks 5.000 kWh per laadpaal laadt met reguliere netstroom, genereert zo’n 13.300 ERE’s. Bij een indicatieve marktprijs van €0,30 per ERE komt dat neer op een opbrengst van circa €4.000,- per jaar.
Laad je diezelfde hoeveelheid met aantoonbaar hernieuwbare stroom? Dan stijgt het aantal ERE’s naar ruim 26.000 en de opbrengst naar bijna €8.000,-. Voor bedrijven met grotere vloten lopen de bedragen snel op. Een transporteur met tien elektrische vrachtwagens die elk 125.000 kWh per jaar verbruiken, kan bij netstroom al meer dan €120.000 aan ERE-waarde genereren, en bij eigen groene stroom het dubbele.
Let wel: dit zijn bruto-opbrengsten. De netto-opbrengst hangt af van verificatiekosten, administratieve lasten en de marge van een eventuele inboekdienstverlener. Bovendien fluctueert de ERE-prijs op basis van vraag en aanbod.
Het oude HBE-systeem kende flinke beperkingen voor MKB-bedrijven. Elektrische kranen, graafmachines en ander mobiel materieel waren uitgesloten van inboeking. Thuisladen door werknemers was evenmin inboekbaar. Onder het ERE-systeem verandert dat.
Bouwbedrijven die overstappen op elektrisch materieel kunnen nu ERE-certificaten genereren voor het laden van hun machines. En werknemers die hun zakelijke e-auto thuis laden, kunnen via een inboekdienstverlener ook bijdragen, mits de laadpaal een MID-gecertificeerde meter heeft.
Dat opent kansen voor sectoren die voorheen buiten het systeem vielen: verhuurders van elektrisch bouwmaterieel, logistieke bedrijven met een gemengde vloot, gemeenten met elektrische voertuigen in de buitendienst, en MKB-bedrijven met een klein wagenpark en laadpalen op eigen terrein.
Voor de meeste MKB-bedrijven is het niet praktisch, en vaak niet toegestaan, om zelf ERE’s in te boeken bij de NEa. De drempel voor zelfstandig inboeken ligt op 2 miljoen kWh per jaar. Dat is een volume dat alleen de grootste spelers halen.
De oplossing is een inboekdienstverlener. Dit zijn gespecialiseerde partijen die het volledige traject afhandelen: ze verzamelen de laaddata van je laadpunten, verzorgen de registratie bij de NEa, laten de gegevens verifiëren door een onafhankelijke verificatie-instelling en verkopen de ERE-certificaten op de markt. In ruil nemen ze een deel van de opbrengst als commissie.
Het kiezen van een goede inboekdienstverlener is belangrijk. Let daarbij op transparantie over kosten, de manier waarop ze de ERE-opbrengst met je delen, en of ze adviseren over het optimale verkoopmoment, want de marktprijs van ERE’s fluctueert gedurende het jaar.
Het ERE-systeem biedt kansen, maar vraagt ook zorgvuldigheid. De belangrijkste aandachtspunten voor MKB-ondernemers:
Je laadpaal moet een MID-gecertificeerde meter hebben. Alleen laadpunten met een goedgekeurde MID-meter komen in aanmerking voor het genereren van ERE-certificaten. Controleer dit bij je leverancier of installateur. Zonder juiste meting, geen ERE’s.
ERE’s zijn geen subsidie. De waarde van ERE-certificaten komt uit een nalevingsmarkt. Brandstofleveranciers hebben ze nodig om aan wettelijke verplichtingen te voldoen. De prijs wordt bepaald door vraag en aanbod en is niet gegarandeerd.
2026 is een overgangsjaar. Het vernieuwde Register Energie voor Vervoer (REV) wordt naar verwachting pas in mei of juni 2026 opengesteld voor ERE-inboekingen. De wetgeving is eind maart 2026 goedgekeurd door de Eerste Kamer. Voor het boekjaar 2026 kunnen ERE’s tot uiterlijk 1 maart 2027 worden ingeboekt.
Voorkom dubbel claimen. Het systeem is zo ingericht dat dezelfde laadsessie niet door meerdere partijen kan worden geclaimd. Zorg voor heldere afspraken over machtigingen, zeker bij leaseconstructies of gedeeld gebruik van laadinfrastructuur.
Los van de directe financiële opbrengst maken ERE-certificaten zichtbaar wat de klimaatwaarde is van je elektrificatiestrategie. Elke kilowattuur die je in een e-truck of e-bestelbus laadt, vertegenwoordigt nu een meetbare en verhandelbare CO₂-reductie. Dat versterkt je duurzaamheidsverhaal richting klanten, opdrachtgevers en financiers.
Bovendien stijgt de brandstoftransitieverplichting elk jaar. Dat betekent dat de vraag naar ERE’s op termijn toeneemt, en daarmee mogelijk ook de prijs. Wie nu zijn laadinfrastructuur op orde brengt en de registratie regelt, positioneert zich voor de langere termijn.
Het ERE-systeem past in een bredere Europese trend waarin de vervuiler betaalt en de verduurzamer wordt beloond. Voor MKB-bedrijven die al geïnvesteerd hebben in elektrisch vervoer, is het een manier om die investering extra te laten renderen.
Stap 1: Inventariseer je laadinfrastructuur. Welke laadpunten heb je? Zijn ze MID-gecertificeerd? Hoeveel kWh wordt er jaarlijks geladen? En laad je op netstroom of op eigen opwek?
Stap 2: Neem contact op met een inboekdienstverlener. Laat je situatie beoordelen en vergelijk aanbiedingen. Let op de verdeling van de opbrengst, de transparantie van kosten en de service die wordt geboden.
Stap 3: Optimaliseer je energiemix. Laden met aantoonbaar hernieuwbare energie, bijvoorbeeld van eigen zonnepanelen, levert aanzienlijk meer ERE’s op. Koppel je laadstrategie aan je energiestrategie en je haalt het maximale uit het systeem.
Wat is een ERE? Een ERE (emissiereductie-eenheid) is een verhandelbaar certificaat dat staat voor één kilogram vermeden CO₂-uitstoot in de transportketen. Het systeem wordt beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit en is per 1 januari 2026 ingegaan als opvolger van de HBE.
Wat is het verschil tussen een ERE en een HBE? HBE’s beloonden de hoeveelheid geleverde hernieuwbare energie (in gigajoules). ERE’s belonen de daadwerkelijke CO₂-reductie (in kilogrammen CO₂-equivalent). ERE’s meten dus het klimaateffect, niet alleen het volume groene energie.
Kan mijn MKB-bedrijf meedoen aan het ERE-systeem? Ja. Elke organisatie met een of meer laadpalen met een MID-gecertificeerde meter kan ERE-certificaten laten genereren. In de praktijk schakel je hiervoor een inboekdienstverlener in, tenzij je jaarlijks meer dan 2 miljoen kWh inboekt.
Hoeveel verdien ik met ERE’s per laadpaal? Dat hangt af van het aantal geladen kWh, de bron van je stroom en de actuele marktprijs. Bij een indicatieve prijs van €0,30 per ERE en 5.000 kWh per laadpaal per jaar op netstroom komt de bruto-opbrengst op circa €500 per laadpaal. Bij eigen groene stroom verdubbelt dat.
Wat kost een inboekdienstverlener? De kosten verschillen per aanbieder. De meeste inboekdienstverleners werken op commissiebasis: zij nemen een percentage van de ERE-opbrengst. Vergelijk aanbiedingen op transparantie, service en de netto-opbrengst die overblijft.
Is de ERE-prijs stabiel? Nee. De prijs van ERE-certificaten wordt bepaald door vraag en aanbod op de markt en fluctueert gedurende het jaar. Factoren zoals de biobrandstofmarkt, beleidswijzigingen en het groeiende aanbod uit elektrisch laden beïnvloeden de prijs.
De transitie naar schoner transport is niet langer alleen een kostenpost. Met het ERE-systeem wordt elke groene laadsessie een bouwsteen in de energietransitie — én een inkomstenbron voor ondernemers. De vraag is niet meer óf je meedoet, maar hoe snel je je laadpalen laat meetellen.