Klimaat- en energiewetgeving voor het MKB in 2026-2027: wat verandert er en wat moet je nu doen?

Klimaatbeleid

Als MKB-ondernemer is het lastig om alle nieuwe klimaat- en energieregels bij te houden. Toch is dat precies wat nu nodig is: dit jaar 2026 en ook 2027 brengen een reeks wijzigingen die direct invloed hebben op je energiekosten, je rapportageverplichtingen en je verdienmodel. Check dit overzicht: wat verandert wanneer, en wat kun je er nu al aan doen.

De nieuwe Energiewet: meer ruimte, maar ook meer verplichtingen

Sinds 1 januari 2026 is de Energiewet van kracht. Deze wet vervangt de oude Elektriciteitswet en Gaswet, en is gemaakt voor een energiesysteem dat steeds meer draait op decentrale, duurzame opwek. Voor jou als ondernemer zijn drie punten relevant:

De salderingsregeling stopt per 1 januari 2027.

Heb je zonnepanelen? Bereid je nu voor op een ander verdienmodel voor teruglevering, zoals energie delen of flexibiliteitscontracten. Dit raakt overigens niet elk bedrijf op dezelfde manier. Alleen ondernemers met een kleinverbruikersaansluiting (maximaal 3×80 ampère, herkenbaar aan één energierekening) mogen nu nog salderen, en verliezen die mogelijkheid per 2027. Denk aan winkels, kleinere kantoren, praktijken en zzp’ers die vanuit huis werken. Bedrijven met een grootverbruikersaansluiting vielen al eerder buiten de regeling en werken al met contractuele terugleverafspraken, voor hen verandert er dus weinig. Na 2027 krijg je als kleinverbruiker een terugleververgoeding van wettelijk minimaal 50% van het leveringstarief (tot en met 2030) in plaats van saldering. Let op: dit is de brutovergoeding. Je leverancier mag daarnaast terugleverkosten in rekening brengen, en de ACM staat toe dat de nettovergoeding daardoor alsnog negatief uitvalt, zolang dit geen “onredelijke tarieven” oplevert. Bij een dynamisch contract kan de vergoeding op zonnige, drukke momenten zelfs per uur onder nul zakken. Check dus eerst welk type aansluiting je hebt, en overweeg om je zelfverbruik te vergroten, bijvoorbeeld met een batterij of laadpaal, vóórdat de regeling stopt: juist bij een negatieve vergoeding levert zelf gebruiken meer op dan terugleveren.

De energiebesparingsplicht wordt strenger gehandhaafd, en er komen aanvullende eisen bij.

Verbruik je jaarlijks meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas? Dan moet je al sinds 2019 alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder daadwerkelijk uitvoeren, dat is niet nieuw. Wel nieuw: gemeenten en omgevingsdiensten controleren sinds kort actiever, zowel op uitvoering als op rapportage. Ook de EED-auditplicht gaat op de schop: de verwachting is dat eind 2026 je totale energieverbruik leidend wordt in plaats van alleen je aantal medewerkers of omzet, tot die tijd geldt nog de huidige regeling (meer dan 250 fte, of omzet boven €50 miljoen én balans boven €43 miljoen). Heb je een verwarmings- of airco-installatie boven 290 kW? Dan geldt sinds 1 januari 2026 al wel een verplichting voor een Gebouw Automatiserings- en Controlesysteem (GACS).

Nieuwe contractvormen zoals capaciteitsbeperkingscontracten en groepscontracten maken het mogelijk om via flexibiliteit juist geld te verdienen, vooral relevant op bedrijventerreinen met netcongestie.

Wat nu te doen?

Check je jaarverbruik tegen de drempelwaarden, en als je er al langer boven zit maar nooit hebt voldaan aan de informatieplicht (de verplichting om eens in de vier jaar te rapporteren welke maatregelen je hebt genomen, op basis van de EML, de Erkende Maatregelenlijst met erkende maatregelen per bedrijfstak), ga daar nu achteraan: de controle is aangescherpt. Veel maatregelen met korte terugverdientijd (LED, frequentieregelaars, isolatie) betalen zichzelf toch al terug.

CSRD: zelf (nog) niet verplicht, wel onderweg via je klanten

Door de Omnibus-versoepeling is de CSRD-rapportageplicht flink beperkt en uitgesteld. Omnibus is een pakket vereenvoudigingsvoorstellen van de Europese Commissie, gericht op het verminderen van administratieve lasten uit Europese duurzaamheidswetgeving (naast de CSRD ook de CSDDD en de EU-taxonomie). Alleen zeer grote bedrijven (1.000+ medewerkers, forse omzet) moeten straks rapporteren, en dat schuift op naar boekjaar 2027. Beursgenoteerde MKB-bedrijven vallen er zelfs helemaal buiten.

Dat betekent niet dat het MKB niets merkt. Grote klanten die wél rapportageplichtig zijn, vragen steeds vaker duurzaamheidsdata op bij hun toeleveranciers, denk aan CO2-uitstoot en energiegebruik in de keten. Om dit hanteerbaar te houden komt er een vrijwillige, lichtere standaard voor niet-verplichte bedrijven: de VSME (Voluntary Sustainability Reporting Standard for non-listed SMEs), die ook meteen het maximum is van wat grote klanten aan informatie mogen opvragen.

Wat nu te doen?

Breng nu al je eigen CO2-uitstoot in kaart (scope 1 en 2). Dan sta je niet met de rug tegen de muur als een grote klant erom vraagt, en kun je het als verkoopargument gebruiken in plaats van als lastenpost.

CBAM: relevant bij import van buiten de EU

Importeer je goederen zoals staal, aluminium, cement of kunstmest van buiten de EU? Dan krijg je te maken met het Carbon Border Adjustment Mechanism. Sinds 1 januari 2026 geldt de definitieve fase: je moet jaarlijks rapporteren hoeveel CO2 buiten de EU is uitgestoten bij de productie van die goederen, en voor elke ton uitstoot een CBAM-certificaat kopen tegen een prijs die gekoppeld is aan de EU ETS-prijs. Goed nieuws voor het MKB: sinds een wijziging van de verordening geldt een drempel van 50 ton CBAM-goederen per jaar. Importeer je minder dan die 50 ton? Dan ben je volledig vrijgesteld van rapportage- en certificaatplicht. Zit je daarboven, dan gelden de verplichtingen sinds 1 januari 2026 onverkort. De Nederlandse Emissieautoriteit en de douane houden hier toezicht op.

Wat nu te doen?

Check of je producten importeert die onder CBAM vallen. Vraag daarna de emissiegegevens van de productie op bij je leverancier buiten de EU, want die uitstoot vond niet bij jou plaats en jij kunt die dus niet zelf meten. Zonder die gegevens val je terug op standaardwaarden, die doorgaans duurder uitpakken dan de werkelijke uitstoot, dus het loont om je leverancier hierin mee te krijgen.

Nieuwe verdienmodellen: ERE-certificaten

Sinds begin 2026 kunnen ondernemers met laadinfrastructuur (laadpalen op het bedrijfsterrein, bij een magazijn, of publiek toegankelijk) emissiereductie-eenheden (ERE’s) laten registreren en verhandelen. Elke geleverde kWh aan elektrisch laden levert nu potentieel geld op, niet alleen een energiekostenpost. Dit gaat via het REV, het Register Energie voor Vervoer, dat medio 2026 opengaat voor inboekingen.

De stroom hoeft niet 100% duurzaam opgewekt te zijn: gewone netstroom (grijs of standaard contract) telt automatisch mee, tegen het landelijk vastgestelde hernieuwbare aandeel van het net (50,5% in 2026). Laad je aantoonbaar met 100% hernieuwbare energie, bijvoorbeeld van eigen zonnepanelen die rechtstreeks aan de laadpaal koppelen, dan verdubbelt in de praktijk je ERE-opbrengst.

Het klimaatvoordeel zit hierbij overigens niet in het opwekken van meer duurzame energie, maar in het vervangen van fossiele transportbrandstof door elektrisch rijden. Brandstofleveranciers zijn wettelijk verplicht een deel van hun brandstofleveringen aan transport hernieuwbaar te maken, en kopen daarvoor liever ERE’s dan zelf te investeren in bijmengen. Jij levert je gegevens aan via een inboekdienstverlener, die de certificaten tegen de marktprijs verkoopt aan brandstofleveranciers en het grootste deel van de opbrengst aan jou doorbetaalt. Er geldt geen eis dat jouw laadgedrag ook daadwerkelijk tot extra hernieuwbare opwek leidt, dus zie de regeling vooral als beloning voor de omschakeling naar elektrisch rijden, niet als stimulans voor meer zon of wind op het net.

Wat nu te doen?

Heb je laadpalen staan? Ga na of aanmelding voor het REV voor jou loont, ook zonder eigen zonnepanelen levert reguliere netstroom al ERE’s op.

Subsidies blijven, maar de voorwaarden schuiven

De ISDE (voor warmtepompen, zonneboilers, kleine windturbines) blijft in 2026 open voor MKB, zzp’ers en meer. Let op: het jaar van aanvraag bepaalt het subsidiebedrag, niet het jaar van uitvoering. De Energie-investeringsaftrek (EIA) blijft ook bestaan, met een plafond van 153 miljoen euro aftrekbare investeringen per belastingplichtige in 2026.

Wat nu te doen?

Voor zakelijke aanvragers geldt doorgaans dat je de ISDE aanvraagt vóórdat je de investering doet, je krijgt dan eerst een beschikking en schaft daarna de installatie aan. Dat is dus omgekeerd aan de regeling voor particulieren, die juist ná installatie aanvragen. Omdat de precieze volgorde en termijnen per maatregel kunnen verschillen, is het verstandig dit voorafgaand aan een investering te verifiëren op rvo.nl of bij je installateur. Check de Klimaatplein subsidiewijzer voor alle relevante energie- en klimaatsubsidies.

Kortom

De regeldruk vanuit Brussel neemt voor het MKB per saldo af (CSRD, Omnibus), maar de nationale energieverplichtingen worden juist concreter (Energiewet, energiebesparingsplicht). Wie nu al inzicht heeft in energieverbruik en CO2-uitstoot, staat er in 2027 een stuk sterker voor dan wie moet reageren op een verplichting die al in werking is.

Veelgestelde vragen

Geldt de salderingsregeling voor mijn bedrijf?

Alleen als je een kleinverbruikersaansluiting hebt (maximaal 3×80 ampère, herkenbaar aan één energierekening). Dat geldt voor de meeste winkels, kleinere kantoren, praktijken en zzp’ers die vanuit huis werken. Heb je een grootverbruikersaansluiting, dan viel je al eerder buiten de regeling en werk je al met contractuele terugleverafspraken.

Kan de terugleververgoeding na 2027 negatief zijn?

Ja, de nettovergoeding (na aftrek van terugleverkosten) kan negatief uitvallen, dat is volgens de ACM niet verboden zolang het geen “onredelijke tarieven” oplevert. Bij een dynamisch contract kan de vergoeding op zonnige, drukke momenten zelfs per uur onder nul zakken. Zelf verbruiken is dan voordeliger dan terugleveren.

Is de energiebesparingsplicht nieuw voor het MKB?

Nee, deze bestaat al sinds 2019. Nieuw is vooral dat gemeenten en omgevingsdiensten strenger handhaven, en dat er sinds 2026 twee aanvullende eisen zijn: een aangepaste EED-auditplicht (gebaseerd op totaalverbruik in plaats van aantal medewerkers) en een GACS-verplichting voor grote klimaatinstallaties boven 290 kW.

Wat is het verschil tussen de energiebesparingsplicht, de informatieplicht en de EML?

De energiebesparingsplicht is de verplichting om daadwerkelijk energiebesparende maatregelen uit te voeren. De informatieplicht is de verplichting om daarover eens in de vier jaar te rapporteren, via het eLoket van de RVO. De EML (Erkende Maatregelenlijst) is geen aparte verplichting, maar de lijst met erkende maatregelen per bedrijfstak waarop je rapportage is gebaseerd: je geeft per maatregel aan of je die al hebt uitgevoerd.

Moet mijn MKB-bedrijf voldoen aan de CSRD?

In de meeste gevallen niet. Door de Omnibus-versoepeling geldt de rapportageplicht alleen nog voor zeer grote bedrijven (1.000+ medewerkers, forse omzet), en dat schuift op naar boekjaar 2027. Beursgenoteerde MKB-bedrijven vallen er zelfs helemaal buiten. Indirect kun je er wel mee te maken krijgen als een grote klant duurzaamheidsdata bij je opvraagt.

Moet ik als MKB-ondernemer aan CBAM voldoen?

Alleen als je goederen als staal, aluminium, cement of kunstmest importeert van buiten de EU, en dan ook alleen als je jaarlijks meer dan 50 ton aan CBAM-goederen invoert. Blijf je daaronder, dan ben je volledig vrijgesteld. Zit je erboven, dan gelden de volledige verplichtingen (rapportage en certificaten) sinds 1 januari 2026.

Levert grijze stroom via een laadpaal ook ERE-certificaten op?

Ja. Gewone netstroom telt automatisch mee tegen het landelijk vastgestelde hernieuwbare aandeel (50,5% in 2026), ongeacht je eigen stroomcontract. Alleen bij aantoonbaar 100% hernieuwbare opwek, bijvoorbeeld eigen zonnepanelen die rechtstreeks aan de laadpaal koppelen, verdubbelt de opbrengst.

Wanneer moet ik ISDE-subsidie aanvragen: voor of na de investering?

Voor zakelijke aanvragers geldt doorgaans dat je eerst aanvraagt en een beschikking krijgt, en daarna pas de installatie aanschaft. Dat is omgekeerd aan de regeling voor particulieren. Omdat de precieze volgorde per maatregel kan verschillen, is verificatie bij RVO of je installateur voorafgaand aan de investering aan te raden.

Gerelateerde artikelen

Wat het nieuwe coalitieakkoord betekent voor duurzame ondernemers

Klimaatbeleid

30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord ‘Aan de slag – Bouwen...

Lees verder

Duurzaam gedrag kan vanzelfsprekend worden, maar overheid laat kansen liggen

Klimaatbeleid

De Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) publiceert vandaag een belangrijk advies: gedragsverandering kan een grote bijdrage leveren...

Lees verder

CO2-voetafdruk berekenen horeca: Maak jouw menukaart klimaatvriendelijker

Klimaatbeleid

Die verse kaas op je broodje, de biefstuk op het menu, de groenten in je...

Lees verder