Actieplan Meer Plantaardige Voeding: wat betekent het Plantaardig Versnellingsfonds voor jouw MKB-bedrijf?
Klimaatbeleid
Een brede coalitie van meer dan zeventig partijen uit het Nederlandse voedsel- en landbouwsysteem, van...
Klimaatverandering heeft een steeds grotere impact op de groei van de wereldeconomie. Overstromingen, droogte en een stijgende zeespiegel kosten de wereldeconomie nu al jaarlijks honderden miljarden euro’s, en die schade neemt door stijgende temperaturen en extremer weer verder toe. Een van de manieren om klimaatverandering tegen te gaan is het beprijzen of belasten van de uitstoot van broeikasgassen. Die belasting is er in Europa en Nederland inmiddels gekomen, maar de Nederlandse heffing staat ter discussie om weer te worden afgeschaft. Dit artikel legt uit hoe de heffing werkt, wat er is veranderd, en welke argumenten er spelen in het huidige debat.
Zo’n 15 jaar geleden werkte het beprijzen van CO2 via de Europese emissiehandel (EU ETS) nog nauwelijks: er waren te veel emissierechten uitgegeven, waardoor de CO2-prijs bijna niets voorstelde en bedrijven weinig prikkel voelden om te verduurzamen. Sindsdien is dat beeld veranderd. De EU ETS-prijs ligt halverwege 2026 op ongeveer €80 per ton CO2, een veelvoud van het niveau van 15 jaar terug.
Bovenop het EU ETS heeft Nederland in 2021 een eigen, nationale CO2-heffing voor de industrie ingevoerd, als aanvulling op het Europese systeem. Deze heffing geldt voor:
Bedrijven die onder de heffing vallen, betalen per ton uitgestoten CO2, met een vrijstelling voor een deel van hun uitstoot om ze de tijd te geven hun productieproces aan te passen. Die vrijgestelde hoeveelheid neemt jaarlijks af, zodat bedrijven aangemoedigd worden sneller te verduurzamen.
Op 25 juni 2025 heeft de Tweede Kamer het kabinet gevraagd de CO2-heffing industrie af te schaffen. Als reactie heeft het kabinet het tarief voor ETS- en lachgasinstallaties per 2026 verlaagd, van €87,90 naar €78,67 per ton CO2, en de vrijgestelde hoeveelheid uitstoot verruimd. Het coalitieakkoord van het kabinet Jetten (2026-2030) noemt het volledig afschaffen van de CO2-heffing als doel. Voor afvalverbrandingsinstallaties geldt deze versoepeling niet: daar loopt het tarief juist op tot en met 2030, als onderdeel van een breder pakket maatregelen.
Voorstanders van afschaffing wijzen vooral op de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie: een nationale heffing bovenop het EU ETS zou bedrijven benadelen ten opzichte van buitenlandse concurrenten die niet met een vergelijkbare nationale kop te maken hebben, met het risico dat productie en werkgelegenheid naar het buitenland verdwijnen zonder dat de wereldwijde uitstoot daalt (carbon leakage).
Voorstanders van behoud van de heffing wijzen erop dat een voorspelbare, oplopende CO2-prijs juist nodig is om bedrijven zekerheid te geven voor investeringen in verduurzaming, en dat afschaffen het risico met zich meebrengt dat Nederland zijn eigen klimaatdoel niet haalt. Dat wettelijke doel staat sinds de herziening van de Klimaatwet in 2023 op minimaal 55% reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Het Planbureau voor de Leefomgeving achtte het in de Klimaat- en Energieverkenning 2025 zeer onwaarschijnlijk dat dit doel wordt gehaald.
Twee nieuwe ontwikkelingen zijn inmiddels relevant voor MKB-ondernemers:
CBAM (het Carbon Border Adjustment Mechanism) is de Europese grensheffing die per 1 januari 2026 in werking is getreden. Importeurs van bepaalde producten van buiten de EU moeten hierdoor meer gaan betalen, wat feitelijk het gelijke speelveld tussen Europese en niet-Europese producenten dichterbij brengt. Dit werkt dan via importheffingen in plaats van een brede nationale CO2-tax.
ETS2 is het uitgebreide Europese emissiehandelssysteem dat per 2028 in werking treedt en voor het eerst ook brandstoffen voor gebouwenverwarming en wegtransport gaat beprijzen. Dit raakt in potentie een veel bredere groep ondernemers dan de huidige industrie-heffing, ook MKB-bedrijven die nu nog aardgas gebruiken voor de verwarming van hun bedrijfspand.
Daarnaast is de energiebelasting op gas voor 2026 verhoogd met 2,7 cent per kubieke meter (inclusief btw), wat voor een gemiddeld verbruik neerkomt op ongeveer €27,50 extra per jaar. Deze verhoging geldt ook voor bedrijven: de eerste twee tariefschijven (tot 1.000 m³, en van 1.001 tot 170.000 m³) kennen hetzelfde tarief voor huishoudens en zakelijke aansluitingen, dus de meeste MKB-bedrijven voelen dezelfde stijging.
Voor de meeste MKB-bedrijven geldt de nationale CO2-heffing industrie niet rechtstreeks, die raakt vooral grote industriële uitstoters. Wel relevant voor kleinere ondernemers:
Bestaat er een Nederlandse CO2-heffing voor de industrie? Ja. Nederland heeft in 2021 een nationale CO2-heffing voor de industrie ingevoerd, bovenop het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS). Deze geldt voor grote industriële uitstoters, lachgasinstallaties en afvalverbrandingsinstallaties.
Wordt de CO2-heffing afgeschaft? Dat ligt op tafel. De Tweede Kamer heeft het kabinet in juni 2025 gevraagd de heffing af te schaffen, en het coalitieakkoord van kabinet Jetten (2026-2030) noemt afschaffing als doel. Vooralsnog is het tarief per 2026 verlaagd, maar nog niet volledig afgeschaft.
Wat is het verschil tussen de CO2-heffing en het EU ETS? Het EU ETS is het Europese emissiehandelssysteem, waarbij bedrijven emissierechten kopen of verkopen. De Nederlandse CO2-heffing is een aanvullende nationale belasting bovenop het EU ETS, specifiek voor bepaalde grote uitstoters in Nederland.
Wat is CBAM en heeft dat gevolgen voor mijn bedrijf? CBAM is een Europese grensheffing op de CO2-uitstoot van bepaalde geïmporteerde producten, sinds 1 januari 2026 van kracht. Of dit uw bedrijf raakt, hangt af van of u producten importeert die onder de regeling vallen (zoals staal, cement, kunstmest en enkele andere sectoren).
Foto: Shutterstock